Home

Tijden en prijzen

Informatie

Contact

Wisselexposities

Groepsarrangementen

Bezoekvoorwaarden

English France Deutsch

Steun het museum en koop hier uw boeken

Vrienden v/h museum

Werken in het museum

Museumwinkel

Kids/ Educatie

Klederdracht

Stad Goes

Merklappen

Waar Wezen Waren

Watersnoden

Schutterij

Exposities:

Archief Exposities

Goese schuttersstukken van Cornelis Eversdijck

Naar nu bekend is, zijn de oudste schilderijen in Goes de twee groepsportretten die Cornelis Eversdijck in 1616 voltooide. Eversdijck werd kort nadat hij de opdracht hiervoor kreeg zelf lid van St. Adriaan. De vier vroegste van de vijf schuttersstukken van dat gilde - volgens een beschrijving uit het midden van de vorige eeuw - zullen van zijn hand zijn geweest. In 1624 schilderde hij een aantal leden van St. Sebastiaan. De drie werken passen geheel in wat in die tijd gebruikelijk was. Het laat zich aanzien dat Eversdijck waarschijnlijk de blik richting Haarlem heeft gericht. Hoewel Haarlem de tweede stad is voor wat betreft de productie van dergelijke schilderijen, wekt dat toch enigszins verwondering. Het zou voor de hand hebben gelegen als er meer overeenkomsten met Antwerpse gildestukken zou zijn geweest. Antwerpen was immers dichterbij en Eversdijck kwam er regelmatig in verband met de nieuwbouw van het kolveniershof, waar hij als schutter nauw bij betrokken was.

Cornelis Willem Eversdijck

De drie vroegste nog in Goes bewaarde schuttersstukken zijn geschilderd door Cornelis Eversdijck. Hij werd geboren in 1583, als zoon van Willem Dignusz. Eversdijck en Mayken Cornelisdr. Smallegange. De vroegste vermelding van Eversdijck als schilder was op 1 december 1613, toen hij van het gilde van St. Joris de opdracht kreeg voor het schilderen van alle leden van het gilde. Een aantal maanden eerder was Eversdijck zelf lid geworden van het St. Adriaansgilde. Eversdijck speelde een belangrijke rol bij de kolveniers. Hij ondertekende regelmatig de jaarrekeningen en werd deken in 1618 en 1622. Ook was hij nauw betrokken bij de bouw van het nieuwe schuttershof van de kolveniers, waarvoor hij regelmatig naar Antwerpen reisde.


Inmiddels was hij getrouwd met Francyntje Zagarus. De ondertrouw vond plaats in Goes, maar ze trouwden in Oude Tonge. Dat was relatief ver van huis, maar daar Eversdijck als enige in de familie katholiek was gebleven, was hij afhankelijk van een rondreizende landspastoor. Ze kregen vier kinderen, Margaretha, Willem, die in zijn vaders voetsporen zou treden, Maria en Jacob, later pastoor in Goes. In 1628 overleed Francyntje en vertrok het gezin voor een aantal jaar naar Antwerpen. In 1633 kocht Eversdijck een huis in Goes, aan de Singelstraat, vlak bij het huidige museum. Cornelis Eversdijck was één van de prominente leden van de rooms-katholieke parochie in Goes. Hij werd in 1635 beboet wegens het bijwonen van een verboden bijeenkomst. Als reactie hierop richtte hij op de zolder van zijn huis een schuilkerk in. In 1637 trouwde Eversdijck voor de tweede keer, met de weduwe van Cornelis Borselaer, Pieternella van Stapelen. Lang duurde het huwelijk echter niet; al in het volgende jaar overleed Pieternella. Ze liet drie kinderen na onder toezicht van de weeskamer. Eversdijck zorgde nog een half jaar voor de kinderen, tot de twee zoons hun eigen weg gingen. Eversdijck zelf overleed in 1649, waarna zijn kinderen het beheer over het huis overdroegen aan de parochie.


Er is in de negentiende eeuw gesuggereerd dat Eversdijck zijn opleiding heeft genoten van de Goese glasschilder Hiëronymus Gruwaert. Feit is dat diens zoon Ferdinand ook schilder was en samen met Eversdijck in 1618 een soort alleenrecht bedong op de verkoop van schilderijen in Goes. Van datzelfde jaar dateert een Oordeel van Salomo dat Eversdijck in opdracht voor de magistraat van Tholen schilderde. Eversdijck schilderde naast dit soort bijbelse taferelen voornamelijk (groeps)portretten en keukenstukken. De waardering voor Eversdijck was in de 19de en 20ste eeuw niet erg groot. In de 18de eeuw werd daar anders over gedacht. De schildersbiograaf Johan van Gool behandelde in 1750-´51 Eversdijck als tweede in een groepje van drie Zeeuwse schilders: ‘De tweede is Cornelis Eversdyk, uit een aenzienlyk Geslachte van Ter Goes geboortig. Hy was in zynen tyt een goed Historischilder. Van zyne Penseelkunst zyn tans noch eenige fraeie Stukken overig, meest berustende onder zyne deftige Familie.’

Cornelis Eversdijck

Klik op afbeeldingen voor vergrotingen

Terug naar ´Schutterij`>